Hoe beweegt het paard bij schaken?
Leer de regels van de paardzet bij schaken: de L-vormige zet, springen over stukken, slaan met het paard en spel vanuit het centrum en aan de rand van het bord. Dit is een complete beginnersles met oefening, een toets en antwoordsleutels.
Ontdek de andere schaakstukken
Ga naar paardtactiek
1) Paardles: de L-vorm en springen over stukken
BasisHet paard is een bijzonder stuk. Het beweegt in een L-vorm: twee velden in één richting en één veld opzij. Het paard mag over andere stukken springen.
- Het paard beweegt niet in een rechte lijn en niet diagonaal.
- Het paard slaat op hetzelfde veld waarop het landt.
- In het centrum heeft het paard meer mogelijkheden dan aan de rand of in de hoek.
Het belangrijkste om te onthouden: oefen de regel eerst langzaam en controleer daarna de zetten op een echt bord.
2) Oefening voor beginners
OefeningVul in: het paard beweegt in een L-vorm, springt over stukken en slaat precies zoals het beweegt.
3) Toets voor gevorderden — met punten
ToetsControleer of je de L-vorm, het springen over stukken en het slaan met het paard goed herkent.