Naar inhoud

Hoe beweegt de toren bij schaken?

Leer de regels van de toren bij schaken: verticale en horizontale beweging, slaan, stukken die blokkeren en spel op open lijnen. Dit is een complete beginnersles met oefening, een toets en antwoordsleutels.

Torenles Een korte en duidelijke uitleg van hoe de toren beweegt, hoe hij slaat, wat hem blokkeert en waarom hij het best werkt op open lijnen.
Oefeningen over de toren Oefeningen voor beginners helpen torenzetten omhoog/omlaag en opzij, slaan in de lijn en blokkeringsregels te versterken.
Toren toets Oudere leerlingen kunnen hun kennis van torenzetten, slaan, open lijnen en torenactiviteit meteen toetsen.

Stap 1 / 1

Stap 1 / 1

Ontdek de andere schaakstukken

Ga naar torentactiek

1) Torenles: horizontaal en verticaal bewegen

Basis

De toren beweegt in rechte lijnen: horizontaal over rijen en verticaal over lijnen. Hij wordt sterk op open lijnen.

  • De toren beweegt niet diagonaal.
  • Hij kan veel velden gaan als de weg vrij is.
  • Hij slaat op dezelfde manier als hij beweegt.

Het belangrijkste om te onthouden: oefen de regel eerst langzaam en controleer daarna de zetten op een echt bord.

2) Oefening voor beginners

Oefening

Vul in: de toren beweegt horizontaal en verticaal, maar niet diagonaal. Een blokkade stopt de toren.

3) Toets voor gevorderden — met punten

Toets

Controleer of je rijen, lijnen, blokkades en torenslagen herkent.